vrijdag 5 januari 2018

De heilige Rita van Tommy Wieringa

Voor mij was het een beetje zoeken in dit boek. Zoeken onder goede omstandigheden, dat wel, Fijne taal en regelmatig grappig. Waar gaat het nou over? Wat gebeurt er precies en welke emoties roept het op bij de hoofdfiguren? Het roept daardoor bij mij uiteindelijk wel de sfeer op van de streek waar het speelt, het oosten van Nederland ver boven de rivieren. Niet te veel praten, niet te expliciet. Het is zoals het is.

...Na een tijdje keek de vrouwelijke Hennie op en vroeg: 'En met je vader, Paul?'
Paul Krüzen wiebelde met zijn hand. Wat had het voor zin om nog eens te vertellen over het dagelijks desinfecteren van de wond op zijn vaders scheenbeen die maar niet dichtging? Eerdaags moesten ze er weer mee naar het ziekenhuis.

Overigens zijn de emoties soms heel duidelijk. Paul huilt tranen met tuiten om de dood van Hedwiges en daarna komt de woede.

Zijn vriendschap met Hedwiges is hecht maar lijkt ook iets ongelijkwaardigs te hebben. Paul zorgt meer voor Hedwiges. Als ze samen op vakantie gaan, heeft Hedwiges geen weet van Pauls eigenlijke doel.

Paul zorgt toegewijd maar niet overdreven voor zijn vader. Is het liefdevol? Soms denk ik van wel, door de toewijding, maar dan ook weer niet. Ik denk dat het uiteindelijk meer een soort 'het is zoals het is'-situatie is. Nadat zijn moeder was vertrokken zorgde zijn vader voor hem, omdat hij wel moest. En nu is het andersom. Als zijn vader in het ziekenhuis ligt, mist hij hem wel of misschien meer de gewoonte dat hij er is en de dingen die Paul voor hem doet. Zijn vader mist Paul niet, is lovend over de zorg in het ziekenhuis en dat steekt Paul dan wel weer (net als vroeger toen zijn vader, die leraar was, opgaf over een jongen bij hem op school)

Paul hangt in zijn jonge jaren erg aan zijn moeder en blijft zijn hele leven naar haar verlangen. Zij laat hem in mijn ogen echt in de steek, misschien bevrijdt ze zich wel van hem als ze ervandoor gaat met haar Rus (die zich bevrijd heeft van zijn land). Ze laat nooit meer wat van zich horen.

Het boek heeft spannende jongensboek-elementen: de Russische vluchteling die neerstort en noodgedwongen bij hen in huis gaat revalideren. Hij leert langzaam Nederlands, is kort in het nationale nieuws en wat langer een lokale held. Het jongensboek-achtige wordt wreed verstoord als hij er met Pauls moeder vandoor gaat.

Paul verrast af en toe, bijvoorbeeld met opmerkingen  over taal:

'Ik ben blij dat ik je geen "parafernalia" heb laten schrijven.'
of:
... Dwars door zijn angst voor een confrontatie heen dacht Paul aan het woord pomerans, en hoe jammer het was dat het was gereserveerd voor zoiets onbenulligs als een vilten dopje aan de punt van een keu. ...

Het boek gelardeerd met kleine plukjes van andere talen, waarvan het twents het meeste voorkomt en lekker droog is ('B-je neergestort?')

Of hij verrast met interesse in zijn horoscoop. En wat mij betreft ook met zijn angst voor de geluiden op zolder.

In het verlengde daarvan is het gelukkig ook allemaal niet te zwart-wit. Hoewel het verschil met de Randstad benadrukt wordt is ook hier Google Translate doorgedrongen. Daarmee is het misschien wel een aardig document van de tijd geworden. Maar dat kun je pas over een tijdje zeggen, denk ik.

Er zit nog veel meer in. Klein en groot: zelfmoord, de heilige Rita (patrones van onder andere de hopeloze gevallen en vrouwen met een slecht huwelijk) en Rita de hoer, Russen, Steggink als verpersoonlijking van het kwaad zo ongeveer, het geloof, satan en de bijbel, Chinezen, vluchtelingen (op verschillende manieren), liefde en relaties, wereldconflicten en kleine conflicten, de geschiedenis van een krimpregio, Pauls wens om de oude boerderij plat te gooien en er een nep-exemplaar voor in de plaats te zetten... Misschien iets te veel voor mij. Zou het kamernummer van zijn vader (404, een foutcode op internet) ook nog iets te betekenen hebben?

maandag 11 december 2017

Teder is de nacht van F. Scott Fitzgerald

Iets boeit met in dit boek. Het weelderige in combinatie met het tragische waarschijnlijk. Toch vind ik het einde prettig en daar hoop ik altijd op. Het boek is soms ook wel, hoe zeg ik dat, wat weids voor mij. En niet altijd kon ik het helemaal volgen. Ik had misschien ook wel last van het zoeken naar bewijzen van wat ik ergens in een analyse had gelezen: dat het met haar goed af zou lopen en met hem niet (terwijl het in het begin zo anders is). Dat het gaat over ledigheid en verval. Daar kom ik toch liever zelf achter.

Fitzgerald schuwt het commentaar op de levensstijl van de Divers niet. Die doorsijpelende mening komt op mij bijna calvinistisch over. Maar misschien voel ik me teveel aangesproken. Nogmaals: des te prettiger is het einde al is het misschien niet zo bedoeld. Het biedt ruimte voor hoop.

Redelijk fijn taalgebruik, een willekeurig makkelijk gevonden voorbeeld: "Hij bevestigde zijn besluit terwijl hij rond de plekken late namiddagzon in zijn kamer liep." Ik moest de zin twee keer lezen en vind hem mooi nu ik hem begrijp.
Ik heb ook regelmatig moeten gniffelen, en het maakt nieuwsgierig naar psychologie.

Ik las de uitgave van Atlas Contact/LJ Veen Klassiek, vertaling door Henne van der Kooy uit 2000. Dat is een vertaling van de herziene versie, in een andere volgorde dan oorspronkelijk. Fitzgerald wilde de volgorde aanpassen, en was daar niet mee klaar toen hij overleed. Ik ben ook wel benieuwd naar de oorspronkelijke versie, maar zal die toch nooit kunnen lezen zonder te weten wat ik nu weet.

Al met al een boeiend boek over een slimme aimabele man, een vrouw die herstelt van geesteziekte, hun leven samen in (voornamelijk haar) rijkdom. Over Amerikanen in Europa in de jaren twintig van de twintigste eeuw.

woensdag 15 november 2017

Specht en zoon van Willem Jan Otten

Ik heb altijd een beetje moeite met personages die niet menselijk zijn. Willem Jan Otten komt er in dit boek net mee weg. Ik heb het niet direct weggelegd omdat ik zijn andere boeken fascinerend vind en na een tijdje had ook dit verhaal me gegrepen. Het is spannend. En stof tot nadenken. En mooi geschreven.

Under construction

woensdag 25 oktober 2017

Als ... als Piet Paaltjens HaverSchmidt was

"Eigenaardig is het, dat Piet Paaltjens in 't algemeen een ander man is als Haverschmidt." Die 'als' doet pijn, en ik wil het venster met de tekst waar deze zin in staat al wegklikken. Dat kan nooit wat goeds zijn. Tot ik bedenk dat het misschien geen fout is.

Het was eenvoudiger geweest als er had gestaan " ... dat HaverSchmidt een ander man is als Piet Paaltjens". Dat kan namelijk, sterker nog, dat was het hele idee achter Piet Paaltjens: dat HaverSchmidt een ander kon zijn op het moment dat hij zich als Piet Paaltjens voordeed. HaverSchmidt schiep niet voor niets een alter ego.

Maar kan je dan over dat alter ego, dat wel degelijk bestaat, maar toch niet van vlees en bloed is, zeggen dat hij een ander man is, als hij zijn schepper is, dus als hij François HaverSchmidt is? Is Piet Paaltjens ooit HaverSchmidt? Of is het alleen andersom?



Als u uw gedachten hierover zou willen delen, waardeer ik dat zeer.

Overigens komt het citaat uit De Nieuwe Taalgids, Jaargang 27 (1932). Ik weet niet hoe het gangbare taalgebruik toen was bij vergelijkingen.

maandag 9 oktober 2017

Ik laat mijn boeken liever niet signeren

Waarom zou je een boek laten signeren? Ik ben niet zo enthousiast over door auteurs gesigneerde boeken.


Persoonlijk

Ik vind het leuk als ik een boek krijg en iemand schrijft er iets persoonlijks voorin. Dat maakt het boek uniek. Het is een goede herinnering aan aan de gelegenheid en het aardige gebaar toen je het boek kreeg, soms gaat het ook in op de band die je met de gever hebt. Dat voegt iets toe en maakt het waardevol.

Productiemachine

Een handtekening van de auteur voegt niet echt iets toe. Zijn naam staat al een paar keer op en in het boek. Het is ook weinig persoonlijk. Hoezeer een auteur ook zo’n best doet, soms maakt hij zelfs een kort praatje, hij moet toch altijd vragen hoe je heet en hoe je dat schrijft. “Met een i en twee ennen.” “Voor Marianne” schrijft hij dan met daaronder een zwierige handtekening, en als je meerdere boeken van de betreffende auteur hebt, doet hij dat drie, vier keer achter elkaar, als een een soort productiemachine. “Voor Marianne” – Zwierige Handtekening -, “Voor Marianne” – Zwierige Handtekening -, “Voor Marianne” – Zwierige Handtekening -, “Voor Marianne” – Zwierige Handtekening -.    

"Voor ..." versus gekocht

Hoezo voor? Heeft hij het speciaal voor jou geschreven? Eerlijker zou zijn "Geschreven voor Marianne en 49.999 andere lezers”. En dan nog een keer: hoezo voor? De kans is groot dat je het boek zojuist hebt gekocht, ervoor hebt betaald. De reclame-boekenlegger van de boekhandel waar hij zit te signeren zit er nog in, evenals het pin-bonnetje. “Gekocht door Marianne, een van mijn 50.000 lezers”. Als hij werkelijk dat aantal boeken verkoopt, heb je er waarschijnlijk ook nog voor in de rij moeten staan, en heeft de auteur dezelfde vriendelijke blik, vraag, én zwierige handtekening voor al degenen voor en achter jou.
Het kan trouwens ook wel iets minder cru dan mijn suggestie van zojuist: “Leuk dat je mijn boek gekocht hebt.” En dan eventueel, afhankelijk van wat voor boek het is, bijvoorbeeld bij een spannend boek: “Ik wens je veel spannende momenten.”

Herinnering

Natuurlijk kan die seriematig geproduceerde handtekening ook een herinnering oproepen. Bijvoorbeeld aan hoe de schrijver in de lezing voor de signeersessie lachend vertelde over het ene hoofdstuk dat hij in een dronken bui geestdriftig had geschreven, ervan overtuigd dat hij het beste stuk ooit had geschreven, wat hij de volgende dagen uiteraard volledig moest herschrijven, al was het alleen maar vanwege de tikfouten, blijkbaar kun je ook schrijven met een dubbele tong. “Dubbele vinger” noemde hij het. Leuke herinnering.

De kunst van het weglaten

Donderdag (een tijdje geleden) was ik bij een literair café met Frank Westerman. Op het laatste moment had ik toch maar het boek wat ik van hem heb van de plank gehaald en onder mijn arm meegenomen, nog niet wetende of ik het wel zou willen laten signeren. Tijdens het interview raakte Westermans bevlogenheid me. Ik vroeg of hij nooit eens in de verleiding kwam om een gebeurtenis in te kleuren, er iets bij te halen waarvan je niet zeker weet of het gebeurd is, maar wat haast wel zo moet zijn en het verhaal completer maakt. Hij keek me aan en zei: “Nee, de waarheid is zo fantastisch,” zijn ogen begonnen te glinsteren, “er is zoveel om mee te werken, er is zoveel.” Hij liet zich door zijn eigen voorbeelden meeslepen, vertelde enthousiast over ontdekkingen die hij gedaan had, en gaf ook nog een oplossing voor als hij iets niet heeft kunnen vinden wat hij wel had willen achterhalen (“benoemen”). Hij eindigde met een brede glimlach met iets als “Je moet het gewoon niet doen, het komt niet in me op, er is zoveel, het is juist de kunst van het weglaten, niet erbij verzinnen.

Liefde

Na afloop van het interview stond ik een wijntje te drinken met vrienden, het is per slot van rekening een literair café. Ze moedigden me aan om m’n handtekening te gaan halen, denkende dat ik daar te verlegen voor was. Nou ben ik soms best verlegen (soms ook niet), maar ik had dus andere twijfels. Ondertussen had ik, aangestoken door zijn geestdrift en verleid door de titel ‘Ingenieurs van de ziel’, mijn tweede Westerman aangeschaft. Ik stond dus met twee boeken in mijn hand te twijfelen.
Toen bedacht ik iets: ik zou hem laten kiezen, ik zou hem vragen één van de boeken te signeren. Niet hemelschokkend revolutionair, maar het voorkomt in ieder geval het productiewerk. Westerman moest even nadenken, vooral omdat het een ongebruikelijke vraag was denk ik. Hij koos ‘Een woord, een woord’, “omdat dat dichterbij staat.” Hij vroeg mijn naam, de spelling, schreef “Voor …” maakte nog een aardige opmerking over mijn ex libris en zette met rode pen de zwierige handtekening. Hij maakte het af met datum en plaats, nog een extraatje ten opzichte van de standaard. Ik ben er tevreden over. Mijn exemplaar van ‘Ingenieurs van de ziel’ zal voor altijd het boek blijven dat hij niet signeerde, en beide boeken zullen mij herinneren aan zijn enthousiaste liefde voor de waarheid en voor de kunst van het weglaten van feiten (en handtekeningen) die overbodig blijken.





maandag 2 oktober 2017

Er na van Pé Hawinkels

Fijn gedicht vind ik. Ook al gaat het dan over de dood, en zelfs over het verwelkomen daarvan.

Er na

Als de dood nú was gekomen
had ik hem begroet als een jongere broer,
die Twist and Shout wil horen als ik
de Negende Symfonie van Mahler op heb staan;
en met een glimlach had ik aan de dood
mijn plaats afgestaan, en was ik licht, zo licht
gestorven, och, zoals
het bevroren oppervlak van sneeuw zich breken laat.
De glimlach, die wij op dingen kunnen zien, die nooit
kúnnen lachen: een boeddhabeeld, de maan,
de oostelijke horizon, zo vredig, dat
ik goddank er zelf niets van begrijp.

Pé Hawinkels

zondag 1 oktober 2017

Elke drie minuten een nieuwe favoriet

Ik zit – met de ramen dicht, want ‘dit mag absoluut niet lekken’ (en bovendien is het buiten koud) naar de Piet Paaltjens-cd te luisteren. Via een geheime link, want de cd is nog niet officieel uitgebracht. Het is fantastisch. Elke drie minuten of soms iets minder, Paaltjens maakte ook korte gedichten, heb ik een nieuwe favoriet.